Logboek archief:

• 2009
• 2008
• 2007
• 2006

• Adres en vaarroute    • De Rajac    • Bemanning    • Over Zeilmakerij Molenaar

In de voetsporen van... - 20 februari 2007

"Als jullie in de buurt van Curacao komen en je zou toevallig langs Klein Curacao komen (ligt een beetje zuidoostelijk van Curacao), dan moet je weten dat wij daar vroeger, als we moesten wachten om naar binnen te gaan, het anker vlak onder het strand lieten vallen en dan op de stroom langs het eiland krabden tot we vast lagen. Dat was in die tijd voor zo'n grote 80.000 tons tanker een unieke prestatie; wij waren de eerste Shelltanker die dat kunstje deed. Later gebeurde het wel meer en soms was het zelfs gezellig op Klein Curacao. Er woonde in die tijd alleen een vuurtorenwachter, en die kreeg dan van ons allerlei stores die hij natuurlijk enorm op prijs stelde. Als je op C-map kijkt zul je zien dat het eilandje niets voorstelt en vlak bij Curacao ligt. Het is nu naar ik weet onbewoond”, aldus mijn vader, Bart Ozinga, die hier in het begin van de jaren ’60 is geweest.

Locatie: Klein Curacao, Nederlandse Antillen
Positie: 68°39'.20 N, 12°00'.40 W
Logstand: 7579 mijl
Weersomstandigheden: 27°C, SE 4

Na deze verhalen zijn we toch wel nieuwsgierig geworden en omdat het ook nog op de route ligt naar Curacao liggen we na een paar uurtjes lekker zeilen vanaf Bonaire rustig achter de mooring van de Insulinde, een klassiek zeiljacht die tussen Curacao en Klein Curacao chartert. Het vrij platte eiland van 1,5 bij 0,5 mijl, (heel vroeger is het volledig afgegraven vanwege de delving van fosfaat) wordt gedomineerd door de nog steeds prachtige vuurtoren en het wrak van een vrachtschip wat hier lang geleden op de rotsen is gelopen. Aan de lijzijde van het onbewoonde eiland is een prachtig wit zandstrand, waar een paar vervallen huisjes staan, wat strandhutjes en een restaurantje, wat alleen op vrijdag is geopend. We lopen in een uurtje het eiland over, bekijken de oude leegstaande vuurtoren en de twee scheepswrakken, waaronder een vrachtschip en een zeiljacht, die aan de noordzijde van het eiland liggen. Zo is “Sil” nog op zoek naar bruikbare onderdelen voor onze eigen boot maar op een deklampje na, wat het later niet meer blijkt te doen, is er niets meer te halen.

Diezelfde avond overweegt Rolf nog wel de volgende dag terug te gaan, de masten te kappen en de trommel en het profiel van de rolfok te jutten. Het plan was om onze kotterfok, nu nog voorzien van leuvers, aan te passen en er een rolfok van te maken. Na een nachtje slapen besluiten we het plan maar te laten varen, teveel gedoe, en zetten koers naar Curacao.



De inmiddels onbewoonde door wind en zout geteisterde vuurtoren op Klein Curacao. De vuurtorenwachter is helaas niet meer. Met als gevolg  een paar schepen die aan de noordkant van het eiland op de rotsen zijn gelopen, links op de foto is het verroeste wrak te zien van een vrachtschip, die jaren geleden de verkeerde afslag heeft genomen. Op nog geen 100 meter daar vandaan ligt inmiddels het volledig leeggeroofde jacht van een 70-jarige Franse solozeiler, die drie maanden geleden, volgens de verhalen, met oude kaarten voer en midden in de nacht op de rotsen is gelopen, met alle gevolgen van dien. Ik vind naast de boot nog een leeg mapje waarop groot C-map (electronisch kaartenprogramma) staat gedrukt......................Dit eiland is volgens mij de afgelopen jaren niet verplaatst; waarschijnlijk is ie gewoon in slaap gevallen...............?!



Het half vergane vrachtschip. Zo liggen de Les Aves eilanden ook bezaaid met scheepswrakken. Iedere keer weer een triest gezicht deze schepen te zien en je je nieuwsgierig afvraagt hoe het zo heeft kunnen gebeuren...........Het boek “de ondergang van de Batavia” van Mike Dash geeft in ieder geval wel antwoord op deze vraag, trouwens zeker een aanrader!  

Na de prachtige les Aves eilanden hebben wij een kleine week op Bonaire doorgebracht. We hebben gefietst, gesnorkeld, carnaval gevierd en ons tegoed gedaan aan Nederlandse “goodies” oftewel gele vla, yoghurt, volkorenbrood, stroopwafels, patatje met en een krantje. Wat is dat weer genieten na 9 maanden “afzien”. Ik heb alleen de zoute haring met uitjes nog niet gevonden, misschien dat ze die op Curacao hebben.



Carnaval op Bonaire

Tijdens deze week maken we met onze mountainbike ook een tourtje over het eiland en fietsen wij midden op de dag in de zinderende hitte richting het natuurpark “Washington Slagbaai National Park”. Geen fiets te bekennen hier en iedere local kijkt ons aan alsof we volslagen idioot zijn. We passeren Rincon, het oudste dorp van het eiland en ooit de nederzetting van de slaven, die hier rond 1800 in de zoutpannen werkten. Het natuurpark “Washington Slagbaai” zijn we helaas niet meer in geweest, dit werd ons door een van de parkrangers afgeraden, dit vanwege de warmte en de lange weg weer terug naar Kralendijk. Achteraf bekeken een goede keus want eenmaal weer aan boord waren we aardig “ut ‘e lyken”.......:)



Een wilde ezel die we onderweg tegenkwamen. De ezels zijn hier ooit na de afschaffing van de slavernij door de Spanjaarden naar het eiland gebracht om water, zout en andere dingen te sjouwen.



Rolf bekijkt nog een keer de kaart om er zeker van te zijn dat ie geen extra kilometers fietst.........




Op de terugweg naar Kralendijk via de noordkant van het eiland

De week op Bonaire hebben we afgesloten met carnaval. Toevallig raakten we verzeild bij Karel’s, een kroeg die tijdens deze dagen de verzamelplek is van bekend en onbekend Nederland. Even waanden we ons op een terras tijdens de Sneekweek, gezien de “skihutmuziek” die uit de luidsprekers tetterde. De volgende dag hebben we ons weer losgemaakt van de gezelligheid op Bonaire om onze reis te vervolgen richting Klein Curacao.

terug naar begin

www.eigenwijze.nl www.zeilmakerijmolenaar.nl