![]() |
Logboek archief:• 2009• 2008 • 2007 • 2006 |
• Adres en vaarroute
• De Rajac
• Bemanning
• Over Zeilmakerij Molenaar
Lobsterrolls & Chowda - 16 september 2008“The Blynman canal , which leads to the Annisquam River, has a very narrow, hidden entrance,
terug naar begin
“Lobsterrolls & Chowda” - 16 september 2008 Locatie: West Boothbay Harbor – Maine, USA Positie: 43°50.52' N,69°39.14' W Weersomstandigheden: 21° zonnig , Oost 3-4 Logstand: 11982 mijl “The Blynman canal , which leads to the Annisquam River, has a very narrow, hidden entrance, which is all but visible.......... Use extreme caution just past the bridge in the blind 90-degree turn to port, currents are very strong and can reverse direction unexpectedly and you cannot see anything coming from the other direction. Chart 13274 shows shoaling to 0 depth in the vicinity.........” Dozier's Waterway Guide. Omdat we graag de snelste, kortste maar ook de mooiste route varen nemen we bovengenoemd advies uit de pilot maar voor lief aan, varen vanuit Gloucester de mooie Annisquam rivier op en omzeilen zo de beruchte en veel langere trip via Cape Ann. We hebben tijdens onze reis al zo vaak te maken gehad met veel getijdestroom en ondiep water en daarnaast is zeilen in Nederland niet zo heel anders........................ dachten we. Met een daverende klap lopen we midden in het smalle geultje aan de grond, even staat de tijd stil en ook de boot........Gelukkig is het maar zand en met een straal gas en twee slokken koffie zijn we er gelukkig ook zo weer vanaf; toch maar iets meer stuurboord houden en het advies in de pilot toch iets serieuzer nemen. Eenmaal weer op open zee is het met een halvewindse koers mooi zeilen naar het in New Hampshire gelegen Portsmouth Harbor. Daar weet een local ons te vertellen dat er midden in de stad een gratis city dock is en we trotseren de 4 knopen stroom tegen. Halverwege besluit ik voor de zekerheid toch maar even de havenmeester te bellen; hij houdt voor “slechts” 100 dollar per nacht graag een plekje voor ons vrij, slik! We bedanken de aardige man, maken snel rechtsomkeert en zoeken in de Pepperell Cove een geschikte ankerplek. Nadat we voor de derde keer krabben en Rolf hevig begint te verlangen naar een electrische ankerlier pakken “we” tegen onze principes in de eerste de beste mooring op, welterusten! De volgende dag zit alles mee en met een prachtige aflandige noordwester kracht 6 bereiken we na ruim 45 mijl Portland, we zijn in Maine! De rotsachtige met dennebomen begroeide kust, de vuurtorens, maar ook de in grote aantallen aanwezige lobsterpods (kreeftenkooien) hadden 't al verraden. Het doet ons hier, op de lobsterpods na, gelijk denken aan Noorwegen met een vleugje Zweden. Toch is het hier allemaal wat levendiger en gezelliger en vind je langs de kust meer beschutting en betere ankerplekken. Onderweg naar Portland ronden we Cape Elizabeth en passeren de vuurtoren van Portland Head In Portland, Maine's grootste stad, is deze “Labor day” (Public holiday) niet veel te doen. De meeste winkels zijn gesloten en de Amerikanen hebben een lang weekend vrij; een zeldzaam gegeven voor de meeste Amerikanen, die gemiddeld maar zo'n 15 vakantiedagen per jaar hebben en een 36-urige werkweek niet kennen. In de bus naar de shopping mall leert Rolf de volgende ochtend ook een ander Amerika kennen; Amerikanen die aan de onderkant van de maatschapij leven, werkeloos zijn en zich geen auto kunnen permitteren. Omdat het openbaar vervoer in de VS over het algemeen slecht is geregeld zijn mensen aangewezen op een auto. En dan te bedenkendat auto's hier o.a. vanwege de lage dollar ca. 50% goedkoper zijn dan in Nederland, belastingen op auto's niet bestaan en brandstof ongeveer de helft kost. Zo raakt Rolf in de bus aan de praat met een werkloze, die zijn decoder van de kabeltv terug moet brengen omdat hij 900 dollar schuld heeft. Rolf adviseert 'm lid te worden van de bibliotheek, die is nl. gratis in Amerika. In Gloucester hebben we onze reling “gepimpt” door er een “prachtig mooi” (not) kindervangnet om heen te spannen, alles voor onze strandjutter............ Vanuit Portland zeilen we via de Casco Bay diezelfde dag nog naar “the idyllic spot”, The Basin, een door dennenbomen omgeven beschut meertje en ook bekend als een goed “hurricane” hole. De locatie doet ons een beetje sprookjesachtig aan maar wanneer de muggen dat 's avonds ook vinden is voor ons het sprookje over; luiken dicht en licht uit! Onze ankerstek in Boothbay Harbor aan de mooring van de familie Nutt Vanuit Casco Bay manoeuvreren we ons, tussen de vele lobsterpods door, de volgende ochtend op de motor naar het 35 mijl verder gelegen Boothbay Harbor, geen wind en een flinke swell. Ik stort mij op het maken van een appeltaart, want na ruim 7 maanden ontmoeten we in Boothbay Harbor Brian en Nienke en hun twee kids Max en Lily weer. Wij hebben hun op Curaçao leren kennen, waar zij ook met hun boot lagen, zij is Nederlandse en komt oorspronkelijk uit Harlingen en hij is Amerikaan. Nu zijn ze weer terug in de States en op zoek naar een geschikte plek om zich te vestigen. De appeltaart overleeft helaas de trip niet, want wanneer ik 'm een paar minuten voor einde baktijd nog even check duw ik iets te hard de glazen overdeur dicht............De wel erg goed gelukte appeltaart is nu bedekt met een laagje glassplinters, misschien iets te crispy voor onze vrienden. En terwijl Brian en Nienke en hun kids met tent en volgeprakte skibox het echte campingleven ontdekken liggen wij op geringe afstand aan een mooring, die we van een local mogen gebruiken. Het is weer een al gezelligheid en de dagen vullen zich met eten, drinken, shoppen en toeren door de binnenlanden van Maine. Om Brian en Nienke nog even “het gevoel” te geven maken we met de Rajac ook nog een paar slagen “oer de mar”; helaas het is deze dag koud, het waait hard en “ons” tropische Curaçao lijkt verder weg dan ooit. Ondertussen dreigt ook tropical storm/hurricane Hanna naar het Noorden af te buigen en richting de kust van Maine te komen. We checken 3x per dag de weerberichten en zoeken alvast een beschut plekje. Die plek vinden we uiteindelijk op de rivier in West Boothbay Harbor aan een mooring van de familie Nutt. Brian en Nienke wachten niet op Hanna en na vier geweldige dagen samen nemen we weer afscheid van elkaar. Erg benieuwd waar we elkaar de volgende keer ontmoeten. Hanna haalt gelukkig Maine niet en gaat aan wal in North Carolina, waardoor wij de volgende dag alleen nog de restanten meemaken; heel veel regen en een beetje wind, pfffffff. Een beetje zeiljacht heeft tijdens een zeilwedstrijd live muziek op het achterdek....... Ondertussen leren we ook de familie Nutt kennen; David en Judy en hun vier kinderen en 3 jaar geleden terug gekomen van een vijfjarige reis om de wereld met een oude 60 voet racer (het jacht is het zusterschip van de British Steel waar Chay Blyth begin jaren '70 de wereld mee is rond gevaren). En terwijl David zijn jacht grondig renoveert en een reis naar Groenland voorbereidt voor volgend jaar zomer, vertrekt zijn 19-jarige dochter Sarah met haar vriend Will in hun 28 voet zeiljacht over een maand richting de Bahamas. Het is geweldig om elkaars verhalen te horen en we gaan dan ook graag op het aanbod in om over een paar dagen bij hun te komen eten. Twee schoeners die in Boothbay Harbor vooral gebruikt worden als charters passeren elkaar. Op de voorgrond de lobsterpods die de wateren in Maine naar onze smaak wel een beetje bederven.Voor ons geen lobsterrolls en chowda (boycotten dat spul!) Maar eerst gaan we een paar dagen naar Mount Desert Island en het Acadia National Park, met de auto voor de verandering. We willen nog wat van het binnenland zien en verder doorvaren betekent ook dat het qua tijd en planning wat krap wordt. De planning is om begin oktober weer in New York te zijn om daarna in november in Deltaville in de Chesapeake Bay de boot uit het water te halen en van een nieuw jasje te voorzien. Omdat we maar een half jaar in de VS mogen blijven hebben we besloten voor 6 weken naar Nederland te gaan (we hebben een visum voor 10 jaar, de boot mag een jaar blijven en wij moeten na 6 maanden het land uit.......?!) Het plan is dan om begin januari weer naar het Zuiden af te zakken en over te steken naar de Bahamas. Mount Desert Island is een eiland van een paar honderd vierkante kilometer, waarvan bijna de helft tot het Acadia National Park behoort en bestaat uit drie delen: Mount Desert Island, Isle au Haut, en schiereiland Schoodic. We beklimmen met onze toyota moeiteloos de Mount Cadillac, daar wacht ons een prachtig uitzicht. Vanaf Mount Cadillac hebben we een schitterend uitzicht en kijken o.a. uit over de Cranberry Islands. Maine heeft een kustlijn van totaal 4000 km , waarvan slechts 60 km tot het Acadia National Park behoort. Sil “back in the sack” Verder rijden we in een dag het hele eiland rond, maken een paar mooie wandelingen en rijden de volgende dag weer terug naar de boot onder het mom: 'been there, did it, done it”. Echter dit prachtige (zeil)gebied smaakt absoluut naar meer en misschien een idee voor onze volgende trip?! Na een paar schitterende dagen met mooi weer eten we diezelfde avond bij de familie Nutt thuis. En wat een huis hebben die mensen; midden in het bos gelegen aan een meer en geen buur te bekennen. Je zou hier zo naar toe verkassen ware het niet dat het 's winters enorm kan sneeuwen; afgelopen winter is er meer dan 5 meter sneeuw gevallen. Twee dagen later komt de hele familie nasi eten bij ons boord en hebben ze voor het desert maar een appeltaart meegenomen, zonder glas dit keer. Eet smakelijk en bedankt voor alle gastvrijheid en gezellige dagen! Bij de familie Nutt thuis aan tafel, in het midden David en rechts zijn vrouw Judie |
| www.eigenwijze.nl | www.zeilmakerijmolenaar.nl |