![]() |
Logboek archief:• 2009• 2008 • 2007 • 2006 |
• Adres en vaarroute
• De Rajac
• Bemanning
• Over Zeilmakerij Molenaar
Even terug in de tijd – 5 april 2008Que lindo, bonito! Camo el beba dice?, Que edad tiene al?” Terwijl we met Sil door het dorpje wandelen voelen we ons als Angelina Jolie en Brad Pitt. Iedereen wil een glimp opvangen van Sil en met een horde kinderen achter ons aan en zwaaiend naar iedereen begeven we ons door de nauwe straatjes van het dorpje Mulatupu. Na twee maanden bestookt te worden met bovenstaande weten we zo langzamerhand wel het antwoord: “Cuatro meses y se llama Sil”.
terug naar begin
Locatie: Coco Bandero Cays, San Blas Islands (Kuna Yala) Positie: 09°30.695N, 78°37.091 W Weersomstandigheden: 30°, N- NE 2-3 Logstand: 8637 mijl We zijn aangekomen op de prachtige San Blas eilanden (Archipiélago de San Blas) oftewel Kuna Yala zoals de Kuna indianen hun land noemen. En het is zeker hun land nadat in 1925 de Kuna's het recht kregen op zelfbeschikking en Kuna Yala sindsdien als autonome provincie deel uit maakt van Panama. Dit unieke gebied, bestaande uit ongeveer 350 eilandjes, ligt voor de kust van Panama en bestrijkt zo'n 100 mijl vanaf de grens met Colombia tot aan Punta San Blas, ca. 45 mijl vanaf Colon en de ingang van het Panamakanaal. Hét vervoermiddel van de Kuna's, een “ulu” oftewel een uitgeholde boomstam Vanuit Cartagena zijn we half maart de Colombiaanse kust verder afgezakt. Op 20 mijl vanaf Cartagena liggen de Rosario's, een eilandengroep die vooral onder de “rijke” Colombianen erg populair is. Wij, oftewel Rolf in dit geval, gebruiken de ankerplek op Isla Grande om onze boot te bevrijden van haar nieuwe onderwater vrienden: aangroei! In het warme water van Cartagena lagen boten die soms meer weg hadden van een drijvend aquarium en ook wij zagen ons onderwaterschip per dag aangroeien. De volgende dag zetten we met een spiegelgladde zee en een brandende zon op onze bol koers naar de 25 mijl verder liggende eilanden San Bernardinos en laten ons anker vallen achter Tintipan, het grootste eiland maar daarentegen ook het dunbevolkst. Want op nog geen 300m vanaf Tintipan wonen 1200 Colombianen “hutje mutje” op een eilandje van nog geen 2500m2. In verband met de stijgende zeespiegel en harde wind vragen wij ons af hoe lang dit nog goed gaat want de hutjes, gemaakt van niet meer dan wat wrakhout en golfplaat, staan niet hoger dan gemiddeld 50 cm – 1 meter boven zeeniveau. We weten nu ook waar de uitdrukking “hutje mutje” vandaan komt............ Diezelfde dag, terwijl Sil zwemles krijgt, leren wij een stel Colombianen kennen die een middagje vakantie viert op een van de tropische strandjes op Tintipan. Zonder ons zelf uit te nodigen krijgen we drinken en “heerlijk” eten: een bonenschotel! Ja, ook ik moet er nu aan geloven en prik de “lekkerste” boontjes er tussenuit........... ehmmmm. En of het nu door Sil komt of gewoon omdat we zulke aardige mensen zijn......, twee dagen later zeilen we op uitnodiging van deze zelfde Colombianen naar hun vakantie-adres 10 mijl verderop aan de Colombiaanse kust. Helaas staat er daar teveel swell en liggen we aan lagerwal flink te klotsen. Het is jammer maar het feest gaat niet door; we varen 5 mijl terug en gaan voor anker achter het beschutte eilandje Isla Bernardo. Ook hier worden we warm ontvangen door een vakantievierende vriendenploeg en nog diezelfde avond zitten we gezellig aan tafel bij o.a. Jimena en Natalia, twee zusjes uit Medéllin, die het vakantiehuis van hun ouders een weekje in gebruik hebben. Bij Jimena en Natalia op hun vakantie adres op Isla Bernardo. (Jimena en Natalia, beide advocaat , hebben net als veel Colombianen gemiddeld 15 vakantiedagen per jaar! en een 46-urige werkweek, “wij” mogen niet klagen) Twee dagen later is het “hasta luego” en met drie dikke zoenen (in Colombia geeft men 1) vervolgen wij onze reis van 120 mijl naar Sapzurro, een grensplaatsje tussen de dichtbegroeide bergen van Panama en Colombia. Halverwege de trip hebben we via de marifoon contact met twee Amerikaanse jachten, die achtervolgd worden door piraten (visserschip), denken ze.......... Wanneer ze geen contact krijgen met de Colombiaanse kustwacht worden ze wel erg nerveus en vragen ons voor hen contact te zoeken. We nemen dit in eerste instantie serieus en doen een verwoede poging totdat Rolf vraagt hoe dicht ze al genaderd zijn, waarop het ene jacht antwoordt: 5 mijl!! Volgens ons was het gewoon een hardwerkende Colombiaanse visserman die al trawlend achter z'n vissies aan voer..........beetje paranoia, die Yanks. Sindsdien wordt ieder visserschip hier aan boord steevast een piratenschip genoemd. 's Ochtends om een uur of 7 komen we met het vroege ochtendlicht aan in Sapzurro en denken voor de komende dagen goed te liggen totdat diezelfde Amerikanen ons een weerbericht geven van 30-35 knopen wind met een swell van 2,5 meter en ons overhalen de volgende beter beschutte baai, Punta Escosés, aan te doen. Onder het mom “seen it, did it, done it”; dat was Sapzurro liggen we vijf uur later voor anker in Punta Escosés, het meest oostelijke gedeelte van de San Blas. En hier komen we voor het eerst in aanraking met de Kuna's, een bijzonder volk, die met name in dit gedeelte van de San Blas nog heel traditioneel leeft. Hun huizen zijn gemaakt van bamboe en palmbladeren, ze hebben geen electriciteit ('s nachts is het stikdonker), de vrouwen gaan gekleed in met mola's versierde kleding en hun vervoermiddel is de ulu, een uitgeholde boomstam. De Kuna's (ca. 55.000 en een gemiddelde lengte van ca. 1.50 m) leven voornamelijk van de opbrengst van cocosnoten, vis (o.a. kreeft, krab en octopus) en mola's. Dit is een door de Kuna vrouwen gemaakte handwerklap; uit verschillende lagen gekleurde stof wordt een patroon gemaakt van een dier, vogel of indiaans teken. De kwaliteit van de mola hangt af van verschillende factoren zoals o.a. het aantal lagen stof, het ontwerp en de manier waarop het genaaid is. Eén van de mola's die wij hebben gekocht Kuna Yala valt officieel onder Panama maar door het verdrag van 1925 hebben de Kuna's hun eigen regering (“congreso”) en accepteert de Panamese regering hun traditie, cultuur, regels en wetten. Kuna Yala is een gemeenschap waarbij de vrouw de dienst uitmaakt zowel in het huishouden als daarbuiten. De echtgenoot schikt zich in het leven van de familie van de vrouw en zo kiest ook de vrouw haar echtgenoot. Het is volgens de traditie verboden om met een niet Kuna te trouwen, met inteelt als gevolg. Wij hebben in Mulatupu aan een aantal albino's onze oude zonnebrillen, een paar petten en wat tubetjes zonnecreme meegegeven. Vanuit Punta Escosés vertrekken wij 1,5 dag later richting Mulatupu en wanneer wij anker op halen verschijnt “heel plotseling” familie Kuna in hun ulu, tot de rand toe volgestouwd met bananen en cocosnoten. Of wij hun een sleep willen geven naar Mulatupu, 8 mijl verderop maar tegen de wind in en open zee met golven van zeker 2,5 meter. We kijken elkaar eerst wat vragend aan maar besluiten al snel zijn kano te slepen, en of we dan ook nog even zijn halve vracht bananen en cocosnoten aan boord willen nemen inclusief oma en kleinzoon. Terwijl papa Kuna zich uit de naad hoost navigeren wij al plottend tussen de riffen door naar Soskandup, een baaitje niet ver van Mulatupu. Daar gaan wij voor anker en zeilt de familie de resterende mijltjes in hun “ulu”naar Mulatupu. De volgende ochtend krijgen we hoog bezoek van Mr. Green in zijn ulu, zoon van een van de Saila's (opperhoofden), die ons uitnodigt voor een diner bij hem thuis. We besluiten op zijn uitnodiging in te gaan en nog diezelfde middag zitten wij na een Willem-Alexander en Maxima achtige tour, achtervolgd door honderden kinderen, bij Mr. Green en zijn familie aan de rijst met cocos en ons zelf meegebrachte vlees en bier. 's Avonds assisteren we in de Engelse les van Simon Herrera, een Kuna die gestudeerd heeft in Panama en in Mulatupu o.a. Engels geeft. De volgende ochtend maken we in onze dinghy, samen met Judith en Soenke van het Duitse zeiljacht Hippopotamus, een trip over de met mangroven en palmbomen begroeide rivier. Soenke krijgt het bijna aan de stok met drie voorbij peddelende Kuna vrouwen wanneer hij een foto van hun probeert te maken (de met name oudere Kuna's willen niet gefotografeerd worden). Maar wanneer deze dames een glimp opvangen van Sil is hun hart gesmolten en mogen we zoveel foto's maken als we willen. Dat geldt ook wanneer we halverwege de rivier terecht komen in een tussen het regenwoud verscholen dorpje met begraafplaats en men ons uitnodigt in één van hun hutjes. Drie Kuna vrouwen op sleeptouw op de rivier. Een Kuna vrouw met haar pasgeboren baby Twee dagen later vinden we alle “drukte” om ons heen wel even welletjes en zeilen 20 mijl verder naar de met mangroven begroeide en verlaten baai “Bahia Golondria, “rust”! Hier kunnen we wel aan wennen en zetten de volgende dag koers naar het 10 mijl verder gelegen onbewoonde en beschutte Mono Island. De geweldige pilot “The Panama cruising guide” van Eric Bauhaus maakt het mogelijk om hier tussen de riffen door te varen want Maxsea (electronisch kaartenprogramma) is hier absoluut niet betrouwbaar. De volgende stop is Snug Harbour (dankt zijn naam aan de tijd dat Engelse schoeners hier stopten voor cocosnoten), een beschutte baai, die omringd wordt door vier met palmbomen en mangroven begroeide eilandjes. En doordat het hier qua toerisme al iets drukker wordt zie je bij de Kuna ook hun tradities vervagen. Zo komen Kuna's in hun ulu's langs om kreeft en octopus te verkopen terwijl dat in de periode van 1 maart tot en met 31 mei strict verboden is, zie je steeds meer troep in het water en Kuna's die hun peddels aan de wilgen hebben gehangen en nu rondvaren met buitenboordmotoren. Na Snug Harbour zeilen we via het dorpje Isla Tigre door naar het “bounty” gebied “Coco Bandero Cays”, acht kleine palmbomen eilandjes in kristalhelder blauw water. Dit gebied is door zijn beschutte ligging achter het rif met name onder cruisers erg populair. Ook onderwater ben je hier niet alleen want twee keer snorkelen heeft ons al een vrij ongevaarlijke nurse shark van zo'n 2 meter en een eagle ray opgeleverd. De komende twee tot drie weken verblijven we nog in het San Blas paradijs om zo rond eind april in Colon en Panama City te zijn. Wordt vervolgd! |
| www.eigenwijze.nl | www.zeilmakerijmolenaar.nl |